Interventies omgeving

Belangrijke inzichten:

  1. De ontwikkeling van de executieve functies verloopt van buiten naar binnen. Dat betekent dat ouders en docenten zich inzetten om kinderen de executieve functies aan te leren, zodat de leerling zich dit vervolgens eigen kan maken.
  2. Het ontwikkelproces van interventies verloopt ook van buiten naar binnen. Allereerst grijpt de docent of ouder in door de omgeving van de leerling aan te passen. Door deze aanpassingen hoeft de leerling minder gebruik te maken van de daarvoor benodigde executieve functies. Om er vervolgens voor te zorgen dat de leerling zich de vaardigheid eigen maakt, moeten we op het individuele niveau ingrijpen. Het internaliseren van de executieve functie staat hierbij centraal(Dawson & Guare, 2010).

Allereerst geven wij verschillende interventies weer die de docent kan uitvoeren op klassikaal niveau. Deze interventies zijn gericht op het aanpassen van de omgeving. Vervolgens geven wij verschillende executieve functies weer op individueel niveau, per executieve functie. Deze interventies richten zich op een individuele aanpak.

 

Het versterken van executieve functies op klassikaal niveau(extern)

  1. De fysieke/sociale omgeving

Als we leerlingen met zwakke executieve functies willen helpen, beginnen we eerst altijd bij de fysieke en sociale omgeving. De inrichting van het lokaal geeft de leerlingen een eerste indruk, van hetgeen zij die dag zullen gaan doen. Daarom is het noodzakelijk dat we het materiaal en meubilair sterk inzetten. We kunnen ons daarbij verschillende vragen stellen: Is het lokaal toegankelijk ingericht? Weten leerlingen waar zij de benodigde materialen kunnen vinden? Op welke momenten moeten er dingen verplaatst worden? In klaslokalen is vaak visuele informatie te vinden. Natuurlijk gaat de aandacht van leerlingen hier naar uit. Zorg er dus enkel voor dat visualisatie gaat over de belangrijkste informatie in het lokaal. Hang dit ook niet voorin het lokaal op, maar achterin. Anders zullen leerlingen afgeleid zijn tijdens je uitleg. Heel belangrijk is dat het lokaal zo is ingericht, dat leerlingen weten wat ze kunnen verwachten van die dag. (Cooper-Kahn & Foster, 2014).
Ook is het belangrijk dat de docent zicht heeft op de leerlingen. Op deze manier kan de docent hen ondersteunen bij zelfbeheersing. Ook is het belangrijk dat leerlingen op een plek zitten in de klas, waar zij geconcentreerd kunnen werken. Denk daarom goed na over de klassenindeling. Zet je leerlingen met aandachtsproblemen naast elkaar, dan zal dit elkaar versterken (Dawson & Guare, 2010).

  

  1. De taak

Om een taak goed te voltooien heeft de leerling verschillende executieve functies nodig. De leerling moet de juiste informatie kunnen organiseren, moet ervoor zorgen dat hij beschikt over de juiste materialen en moet plannen om de taak in te delen binnen de beschikbare tijd. Om de hele klas hierbij te ondersteunen, kun je onder andere het volgende doen:

 

Geef een kopie van de aantekeningen

Leerlingen die moeite hebben met organiseren, raken vaak belangrijke informatie kwijt. Om ervoor te zorgen dat ze de juiste informatie hebben, hebben zij voordeel bij een kopie van de belangrijkste aantekeningen die zij nodig hebben bij de taak (Dawson & Guare, 2010).

 

Verdeel een grote taak in deeltaken

Leerlingen die moeite hebben om te plannen zullen een taak beter kunnen overzien, wanneer een grotere taak opgedeeld wordt in deeltaken (Dawson & Guare, 2010).

 

Maak de beoordelingscriteria inzichtelijk

Voor veel leerlingen is het niet helemaal duidelijk wat er precies gedaan moet worden om een taak succesvol af te ronden. Daarom is het belangrijk dat de leerlingen duidelijk hebben, wat er exact moet gebeuren. Geef de leerlingen daarom een checklist waar stap voor stap vermeld staat, wat er van de leerling wordt verwacht (Dawson & Guare, 2010).

 

Biedt een overzichtelijk werkblad aan

Langetermijnprojecten vragen veel van de executieve functies van leerlingen. Geef de leerlingen daarom een overzichtelijk werkblad, met de meest noodzakelijke stappen. Dit laatste is erg belangrijk. Om ervoor te zorgen dat de leerling de informatie nog kan overzien, geef je ze maximaal vijf belangrijke elementen en is het werkblad niet groter dan drie pagina’s. Zorg er ook voor dat de leerlingen kunnen bijhouden hoe ver ze zijn, door afvinkhokjes toe te voegen (Cooper-Kahn & Foster, 2014).

 

  1. De instructie

Activeer de voorkennis

Zorg ervoor dat de leerlingen eerst even de tijd hebben om in te komen, door aandacht te besteden aan voorkennis. Het werkgeheugen wordt op die manier vrijgemaakt en kan daarna nieuwe informatie opnemen (Cooper-Kahn & Foster, 2014).

 

Kijk terug en blik voorruit

Door terug te blikken op eerdere lesstof wordt leerstof uit het langetermijngeheugen aangesproken. Door vooruit te blikken wordt er weer ruimte gemaakt voor nieuwe informatie  (Cooper-Kahn & Foster, 2014).

 

Biedt nieuwe stof georganiseerd aan

Zorg allereerst voor een duidelijk lesplan, waar je je aan vast kunt houden tijdens de les. Maak gebruik van visualisatie, waarmee de hoofdzaken van de bijzaken kunt onderscheiden. Zorg er ook voor dat de stof voor de leerling goed op te nemen is, door de kern uit te leggen en de uitleg kort te houden. Als laatste moet je ook tijd inplannen om samen op de stof te reflecteren, omdat het introduceren van nieuwe leerstof een grote uitdaging is (Cooper-Kahn & Foster, 2014).

 

  1. Het geven van aanwijzingen.

Om leerlingen te herinneren aan taken is het belangrijk om momenten in te bouwen voor geheugensteuntjes. Dit kan door het geven van een verbale aanwijzing, maar je kunt de aanwijzing ook visualiseren. Dit moet dan zichtbaar zijn voor iedereen. Doe dit regelmatig, zodat leerlingen belangrijke taken en deadlines zullen onthouden. Je kunt ook klassikaal bespreken, hoe leerlingen zichzelf hieraan kunnen herinneren. Zo werk je steeds meer toe naar zelfstandigheid (Dawson & Guare, 2010).

 

  1. Lesovergangen

Binnenkomst

Het is belangrijk om de leerlingen al bij binnenkomst te begeleiden. De verwachtingen van de docent moeten duidelijk zijn en er moet sprake zijn van een voorspelbare routine. De leerlingen weten precies dat de docent klaar staat, hen ontvangt en wat ze daarna kunnen doen. Zo zullen zij effectiever starten met hun werk (Cooper-Kahn & Foster, 2014).

 

Lesovergangen

Lesovergangen vormen een uitdaging voor de docent, het verstoort ons evenwicht. Daarom is het belangrijk om ook hier gebruik te maken van routines. Bereid leerlingen goed voor op lesovergangen en houdt ook hier de structuur en voorspelbaarheid strak. Als ook de verwachtingen buiten het lokaal duidelijk zijn voor leerlingen, kunnen ook hier de executieve functies versterkt worden (Cooper-Kahn & Foster, 2014).

 

Afsluiting

Het is heel belangrijk dat er tijd wordt genomen voor het afsluiten van de dag of een lesactiviteit. Het geeft de leerlingen de tijd om rust te nemen en de informatie goed te verwerken (Cooper-Kahn & Foster, 2014).

Cooper-Kahn, J., & Foster, M. (2014). Executieve functies versterken op school. Amsterdam: Hogrefe Uitgevers.

Dawson, P., & Guare, R. (2010). Executieve functies bij kinderen en adolescenten. Amsterdam: Hogrefe.